Voor de meeste landgenoten is lezen, schrijven, rekenen en navigeren over het internet geen probleem. Maar voor drie miljoen volwassenen is dat heel lastig. Want zij hebben te weinig basisvaardigheden meegekregen, vanuit huis of op school. En daardoor spreken ze de taal van de complexe (digitale) samenleving onvoldoende. Met als gevolg dat ze vaak problemen ervaren in dagelijkse situaties: bijvoorbeeld in het verkeer, op het werk of bij contacten met overheden, banken en zorgaanbieders.
Dat basisvaardigheden cruciaal zijn in onze complexe samenleving is geen nieuws voor nationale beleidsmakers en beslissers. Ook is in beleidskringen bekend dat er altijd inwoners zullen zijn die moeilijker kunnen meekomen. Alleen al vanwege onstuitbare technologische ontwikkelingen die een klein land niet kan tegenhouden. Het is dus een kwestie van solidariteit om juist voor deze mensen voldoende gepaste ondersteuning te organiseren.
Maar dat is niet wat Nederlandse kabinetten de afgelopen15 jaar hebben gedaan. ”Er is structurele meerjarige financiering nodig in plaats van tijdelijke projecten en subsidies om een goede onderwijsinfrastructuur te kunnen realiseren”, aldus hoogleraar Maurice de Greef in ‘de Staat van de volwasseneneducatie” (2024) In datzelfde rapport zegt de waarnemend inspecteur-generaal van de Onderwijsinspectie dat ‘de politiek nu aan zet is om de regie te nemen’.
Eens! En juist daarom is dit essay van Rienk Janssens – opgesteld namens vier organisaties: DIVOSA, stichting Lezen & Schrijven, de VNG en de VOB – zo van belang:
https://www.divosa.nl/nieuws/basisvaardigheden-als-breekijzer-voor-bestaanszekerheid
‘Een investering waard’, luidt de heldere titel. De inhoud is urgent en de timing van de publicatie is goed gekozen. Want het Kabinet-Jetten is net aangetreden en de coalitievorming bij gemeenten gaat kort na de verkiezingen van 18 maart beginnen. De vier initiatiefnemers hebben het essay vorige maand toegestuurd aan Onderwijsminister Letschert. Het document eindigt met drie algemene ‘richtingwijzers voor de toekomst’:
- Zie basisvaardigheden als een concreet aangrijpingspunt voor talloze problemen
- Bekijk basisvaardigheden niet alleen met een zakelijk-economische bril
- Zie basisvaardigheden als een netwerkvraagstuk
In de begeleidende brief aan de minister worden de initiatiefnemers concreter. Zij bepleiten ‘een krachtige, gezamenlijke aanpak’ van basisvaardigheden met een focus op volwasseneneducatie 18+ . En ze doen de uitnodiging om “structureel te investeren in het lokale en regionale aanbod en netwerk van bibliotheken’.
Prima pleidooi! Een duivels detail is alleen, dat het ontwikkelen van een krachtige aanpak bij ongewijzigd beleid een haast onmogelijke zaak is. Want bij het bestuurlijk overleg tussen deze partners uit het veld en het kabinet, zullen naast het ministerie van Onderwijs vermoedelijk ook Sociale Zaken (werk en participatie), Volksgezondheid (welzijn) en Economische Zaken (digitalisering) betrokken zijn. Interdepartementale competentieconflicten en veel bestuurlijke drukte liggen dus op de loer.
Om dat te voorkomen is regie een noodzakelijke voorwaarde voor een krachtige, meer effectieve, aanpak. Staatssecretaris Tielen van OCW heeft nu de unieke mogelijkheid om het voortouw te gaan nemen. Want zij heeft Volwasseneneducatie in portefeuille en het nieuwe kabinet heeft Leven Lang Ontwikkelen hoog in het vaandel. Ik kan me dus allereerst voorstellen dat zij de begrote middelen voor de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) – die verspreid zijn over de departementen SZW, VWS en EZ – onderbrengt in een geoormerkt budget ‘Basisvaardigheden Volwassenen’. En daarnaast, dat zij zelf de verantwoording naar het Parlement voor haar rekening neemt.
Zo kunnen twee krachtige bestuursinstrumenten – geld en de verantwoording richting de volksvertegenwoordiging – in handen komen van één bewindspersoon. En dan ontstaat er uitzicht op verbeteringen voor de inwoners waar het allemaal om draait.