Meer dan 30 jaar geleden nam ik deel aan een boeiende SIOO leergang. Dat was het begin van het bestuderen van de managementideeënfabriek. De meeste literatuur uit dit tijd is uit mijn boekenkast verdwenen. Want veel ideeën en methoden bleken lastig toepasbaar te zijn in de weerbarstige praktijk. Maar de vijf disciplines, uit het gelijknamige boek van Peter Senge, boden vaak wel de praktische handvatten voor advies- en bestuurswerk. Zijn raamwerk, en de bijhorende taal, hebben mijn begrip van organisaties blijvend beïnvloed:

Bron: de Vijfde discipline (Senge, 1992)
Ook in deze blogreeks over de Innovatie architect kwamen de vijf disciplines tijdens het schrijven regelmatig in gedachten naar boven. Vanuit het systeemdenken bezien is de innovatie architect geen individu, maar een ‘intervidu’ (een samentrekking van individu en interactie) . Het is iemand die samenwerking als de essentie van het professionele handelen beschouwt.
Het intervidu:
- weet dat je invloed kan hebben op de systemen waarin je functioneert (die hebben we zelf gemaakt, dus kunnen we ze ook vernieuwen) en heeft dus geen last van de illusie van machteloosheid;
- heeft voldoende kennis van de primaire processen in de organisatie;
- is in staat om relaties te verbinden en te enthousiasmeren voor een nieuw initiatief;
- beseft dat het succesvol aanjagen en invoeren van innovaties niet strikt gekoppeld is aan je formele positie in de hiërarchische structuur;
- begrijpt dat kennis vooral waarde krijgt in de uitwisseling tussen mensen (de kwaliteit van innovatie wordt in hoge mate bepaald door de kwaliteit van interactie).
Een innovatie architect staat als intervidu nooit alleen. Want in iedere organisatie zijn er mensen die willen en kunnen veranderen (circa 10 procent) . De kunst is om ze te vinden, om ideeën uit te wisselen en gezamenlijke aspiraties aan te boren.
Alles wat nu groot en vanzelfsprekend is (bijvoorbeeld de luchtvaart of het internet, …) is ooit klein begonnen. Vanuit dat besef blijft een innovatie architect hoopvol handelen.