Het lezen van vakliteratuur is vaak leerzaam en soms confronterend. Zo las ik een tijdje geleden het boek ‘Inspiratie voor innovatie’ van expert Gijs van Wulfen. Hij begon al snel met een persoonlijke vraag: “Ben jij echt een innovator?”. En hij koppelde daaraan deze 5 checkvragen:
- Ben je nieuwsgierig en in staat om met originele ideeën te komen als de rest is vastgelopen?
- Heb je de moed om risico’s te lopen in je leven op het gebied van carrière, reputatie en geld?
- Zijn anderen bereid om jou te volgen op een pad dat ze nooit eerder hebben bewandeld?
- Verander je jouw idee als blijkt dat je het niet bij het juiste eind hebt en het idee niet werkt?
- Ben je vasthoudend om jouw idee door te zetten als het al zeven keer niet is gelukt en iedereen zegt dat het de achtste keer ook zal mislukken?
Hierop volmondig ‘ja’ antwoorden zou zelfbedrog zijn geweest.
Want, terugblikkend op mijn loopbaan, komt vooral de faciliterende innovatie architect (zie de post van 14 mei) naar voren en niet ‘de echte innovator’.
Vooruitkijkend naar het werk voor de toekomst, is mijn waarneming dat ons land al enige tijd stilstaat. Het Verantwoordingsonderzoek 2025 van de Algemene Rekenkamer bevestigt die indruk.. Bij zijn toespraak over dit onderzoek citeerde Rekenkamerpresident Duisenberg een rake uitspraak van minster Thorbecke uit 1863: ‘‘Niemand heeft het ideaal in de hand, doch waarheen stuurt hij die het ideaal niet in het oog heeft?
https://www.rekenkamer.nl/documenten/2026/05/20/toespraak-pieter-duisenberg-in-de-tweede-kamer
Om de genoemde stilstand te doorbreken zijn zowel de innovator als de innovatie architect in publieke organisaties allebei hard nodig. Want – in de woorden van journalist Marike Stellinga – ”Als Nederland een huis was dan is er een probleem met de fundering, de pijpleidingen en bedrading, het dak en de kozijnen terwijl er een langdurige storm opsteekt (NRC 6 juni). Er is dus geen tijd te verliezen als het gaat om krachten bundelen en moedige besluiten nemen , met ‘het ideaal in het oog’!